WattWanneer

Alle artikelen

Saldering stopt in 2027: dit is wat je zonnestroom dan echt oplevert

Dat de salderingsregeling op 1 januari 2027 stopt, weet inmiddels iedereen met zonnepanelen op het dak. De vraag die daarna komt is lastiger: wat levert die teruggeleverde kWh dan nog op? Wij hebben het nagerekend met onze eigen prijsdata over 2025, en de uitkomst valt lager uit dan de meeste rekentools suggereren: 4,4 cent per kWh, bijna de helft onder de gemiddelde stroomprijs.

De oorzaak is even simpel als ongemakkelijk. Je levert terug op precies het moment dat heel Nederland teruglevert. En dat maakt niet alleen uit voor wat je overhoudt, maar ook voor de vraag welk energiecontract vanaf 2027 nog logisch is.

Prijs in de zonuren vergeleken met het etmaalgemiddelde, per maand 0 5 10 ct jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt prijs in de zonuren gemiddelde over het etmaal
Gemiddelde kale beursprijs (EPEX day-ahead, exclusief belastingen en opslag) in de uren waarin zonnepanelen produceren, vergeleken met het gemiddelde over het hele etmaal. Januari tot en met oktober 2025, samen 95 procent van de jaaropbrengst van een gemiddeld dak. Bron: eigen prijsdata WattWanneer.
Bekijk alle cijfers per maand (tabel)
Maand Zonuren (ct/kWh) Etmaal (ct/kWh) Aandeel jaaropbrengst

Wat er op 1 januari 2027 precies verandert

Eerst de regels, want daar bestaat nog veel verwarring over. Vanaf 1 januari 2027 mag je de stroom die je teruglevert niet meer wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Die verrekening, het salderen, verdwijnt in één keer en niet in stapjes. Wat blijft, is dat je leverancier je voor teruggeleverde stroom een vergoeding moet betalen. Tot 2030 geldt daarvoor een wettelijke bodem van minimaal de helft van het kale leveringstarief, en de ACM ziet erop toe dat die vergoeding redelijk is. Ook mogen leveranciers terugleverkosten blijven rekenen, maar alleen voor kosten die zij daadwerkelijk maken om jouw teruggeleverde stroom te verwerken.

Voor wie een dynamisch contract heeft, wordt het simpeler en tegelijk eerlijker: je vergoeding volgt gewoon de uurprijs van het moment waarop je levert. En daar wringt het.

Waarom je zonnestroom minder waard is dan de gemiddelde kWh

Zonnepanelen hebben een vervelende eigenschap: ze produceren allemaal tegelijk. Jouw panelen leveren op hetzelfde moment als die van je buurman, van het bedrijventerrein en van de vier miljoen andere installaties in Nederland. Al dat aanbod komt op de markt terecht op het moment dat het aanbod al het grootst is, en op de EPEX-beurs betekent veel aanbod bij gelijke vraag maar één ding: de prijs zakt weg, precies rond het middaguur.

Om te weten wat dat kost, moet je niet naar de gemiddelde stroomprijs kijken maar naar de prijs op de momenten dat jouw panelen daadwerkelijk leveren. Wij hebben daarom elk uur van 2025 gewogen naar het productieprofiel van een gemiddelde Nederlandse installatie, zowel over de dag als over de maanden. De uitkomst: een productie-gewogen opbrengstprijs van 4,38 cent per kWh, tegen 8,60 cent gemiddeld over alle uren. Je zonnestroom is dus 49 procent minder waard dan een willekeurige kWh, oftewel bijna de helft.

In de maanden dat je het meeste opwekt is het effect het hardst. In mei zakte de prijs in de zonuren naar gemiddeld 1,16 cent, terwijl het etmaalgemiddelde 6,42 cent was. In juni was het 1,78 tegen 6,77 cent. Juist wanneer je dak op volle kracht draait, is je stroom het minst waard.

De omgekeerde wereld in januari

Kijk nog eens naar de grafiek en je ziet iets opvallends: in januari steekt de rode staaf bóven de blauwe uit. In die maand is stroom in de daguren juist duurder dan het etmaalgemiddelde, omdat er nauwelijks zon is om de prijs te drukken terwijl de vraag hoog is. Per kWh is je zonnestroom midden in de winter dus het meest waard van het hele jaar, ruim 12 cent.

Helaas is dat een schrale troost, want in januari wekt een gemiddeld dak nog maar zo'n 2 procent van zijn jaaropbrengst op. De maanden waarin je stroom veel waard is, zijn precies de maanden waarin je bijna niks hebt om te verkopen. Dat is dezelfde gelijktijdigheid, alleen van de andere kant bekeken.

En het wordt elk jaar schever

Dit is geen momentopname maar een trend, en die trend gaat één richting op. In 2023 lag de productie-gewogen opbrengstprijs nog 26 procent onder het jaargemiddelde, in 2024 was dat 42 procent en in 2025 dus 49 procent. De eerste helft van 2026 zit op hetzelfde niveau. Elk nieuw zonnepaneel in Nederland maakt het middagdal een beetje dieper, en dus je eigen opbrengst een beetje lager.

Diezelfde beweging zie je in de negatieve prijzen. In de uren tussen 9:00 en 16:00 in het hoogseizoen (april tot en met augustus) was de prijs in 2023 in 12,9 procent van de tijd negatief. In 2024 was dat 27,9 procent en in 2025 al 34 procent. Nog schrijnender: in 2025 leverde 54,8 procent van die zonuren minder dan 2 cent per kWh op. Meer dan de helft van je oogst in het hoogseizoen kwam dus op de markt op een moment dat stroom vrijwel niets waard was. Dat verklaart ook waarom steeds meer leveranciers terugleverkosten in rekening brengen: het verwerken van die stroom kost hen op zulke momenten daadwerkelijk geld.

Wat betekent dit in euro's?

Reken het even door voor een gemiddeld huishouden dat 2500 kWh per jaar teruglevert. Bij de productie-gewogen prijs van 2025 is dat ongeveer 109 euro. Zou je rekenen met de gemiddelde stroomprijs, zoals veel rekentools stilzwijgend doen, dan kom je op 215 euro uit. Dat is dus ruim 100 euro per jaar aan verwachtingen die niet uitkomen, en dat is nog vóór eventuele terugleverkosten. Bij 3500 kWh teruglevering loopt het verschil op tot bijna 150 euro.

Het echte getal om te onthouden is een ander: het verschil tussen zelf verbruiken en terugleveren. Een kWh die je zelf gebruikt, bespaart je het volle consumententarief, inclusief energiebelasting en btw, grofweg 25 tot 30 cent. Diezelfde kWh terugleveren brengt je vanaf 2027 een paar cent op. Zelf verbruiken is dus ongeveer zes keer zo lucratief als verkopen. Onder de saldering maakte dat verschil niets uit, want de meter draaide gewoon terug. Vanaf 2027 is het het hele spel.

Waarom dynamisch hierdoor steeds logischer wordt

Hier komt de kern van de zaak. Zolang de saldering bestond, deed het moment waarop je stroom verbruikte of leverde er financieel nauwelijks toe: je meter draaide gewoon terug. Vanaf 2027 is dat moment ineens alles. En of je dat moment kunt verzilveren, hangt af van je contract.

Bij een vast of variabel contract betaal je voor elk uur van de dag hetzelfde tarief. Je wasmachine om 14:00 in plaats van om 20:00 zetten levert je dan exact niets op, ook al kost stroom op de beurs op dat moment een fractie. Bij een dynamisch contract volgt je prijs de uurprijs, en dan wordt datzelfde verschuiven direct zichtbaar op je rekening.

En dat verschil is niet klein meer. Het gemiddelde gat tussen het duurste en het goedkoopste uur van de dag is in zes jaar vervijfvoudigd: van 2,7 cent in 2019 naar 13,5 cent in 2025. Dat is de beloning die klaarligt voor iedereen die zijn verbruik kan schuiven, en die je bij een vast tarief per definitie laat liggen. Voor zonnepaneelbezitters komt daar nog iets bij: juist op de uren dat jouw dak levert, is stroom spotgoedkoop. Met een dynamisch contract kun je die momenten benutten door dan je boiler, batterij of auto te laten trekken.

Er is nog een reden waarom vast steeds minder logisch wordt. Een leverancier die jou een vast tarief geeft, moet het prijsrisico indekken, en die verzekering betaal jij via een risicopremie. Hoe wilder de prijzen bewegen, hoe duurder die premie. Daarbovenop komt dat de nettarieven zelf tijdsafhankelijk gaan worden, dus zelfs met een vast leveringstarief krijg je een rekening die van het tijdstip afhangt. In onze vergelijking van dynamisch, variabel en vast gaan we daar verder op in. Kort gezegd: het einde van de saldering duwt zonnepaneelbezitters richting een contract dat de uren wel doorrekent.

Wat je eraan kunt doen

  • Verplaats verbruik naar de middag. Vaatwasser, wasmachine, droger en boiler die tussen 11:00 en 16:00 draaien, gebruiken jouw eigen stroom in plaats van dat je die voor een paar cent wegdoet. Dit is de goedkoopste maatregel die er is, want hij kost alleen een timer en een gewoonte.
  • Laad de auto thuis als de zon schijnt. Een EV is de grootste opslagbak die je bezit. Wie op werkdagen thuis is of een laadpaal met overschot-sturing heeft, kan het grootste deel van de zomeropbrengst zelf opeten. Slim laden gaat na 2027 niet meer alleen over goedkoop inkopen, maar ook over niet goedkoop verkopen.
  • Bekijk een thuisbatterij met nieuwe ogen. Onder de saldering was een batterij voor veel mensen moeilijk rendabel te krijgen. Als het verschil tussen zelf verbruiken en terugleveren een factor zes wordt, verandert die rekensom wezenlijk. Onze analyse van de thuisbatterij blijft overeind op de techniek, maar het rendementsverhaal wordt gunstiger.
  • Ga niet in paniek je panelen wegdoen. Ze blijven rendabel, alleen komt het rendement nu uit zelfgebruik in plaats van uit teruglevering. Bij een gemiddelde installatie gaat het over tientallen euro's per jaar aan gemiste opbrengst, niet over honderden. Ons overzicht over de rentabiliteit van zonnepanelen zet de bedragen op een rij.
  • Beoordeel je contract op de uren. Als je verbruik kunt schuiven, of een batterij of EV hebt, wordt een dynamisch contract vanaf 2027 aantrekkelijker dan een vast tarief waarin elk uur hetzelfde kost. Kun of wil je niets schuiven, dan blijft vast verdedigbaar: dan koop je vooral rust.
  • Kijk naar de uren, niet naar het gemiddelde. Op zonnige dagen met weinig wind is het middagdal dieper dan gemiddeld, en dan levert terugleveren echt bijna niets op. Onze voorspelling kijkt zeven dagen vooruit, zodat je weet wanneer het loont om je verbruik naar voren te halen.

Waar deze cijfers vandaan komen, en waar ze ophouden

Even eerlijk over de methode, want ik houd niet van cijfers zonder bijsluiter. De berekening weegt elk uur van het jaar naar hoeveel een gemiddeld Nederlands dak op dat moment produceert, over de dag én over de maanden. Dat productieprofiel is een modelmatige benadering: staat jouw dak op het oosten of het westen, dan schuift je profiel en valt je opbrengstprijs iets anders uit. Panelen op het westen doen het in dit opzicht zelfs wat beter, omdat ze een deel van hun oogst later op de dag leveren, wanneer de prijs weer aantrekt.

Alle bedragen zijn kale beursprijzen, exclusief belastingen, opslagen en eventuele terugleverkosten. Wat je leverancier je uiteindelijk uitbetaalt, hangt af van je contract. We rekenen met januari tot en met oktober 2025, samen 95 procent van de jaaropbrengst van een gemiddeld dak; november en december ontbreken in onze reeks, en die twee maanden leveren normaal maar zo'n 5 procent van de jaaropbrengst. De eerste helft van 2026 komt op hetzelfde percentage uit. Wat de prijzen in 2027 precies doen, weet niemand, en wie beweert dat wel te weten, verkoopt iets. De verhouding tussen zonuren en etmaalgemiddelde is echter opvallend stabiel, en die verhouding is waar dit verhaal over gaat.

De korte versie

Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt de saldering en krijg je voor teruggeleverde stroom de marktwaarde van het moment. Die marktwaarde is laag, want je levert wanneer iedereen levert: over 2025 gerekend 4,38 cent per kWh, 49 procent onder de gemiddelde stroomprijs, en die achterstand loopt elk jaar op. Zelf verbruiken bespaart je grofweg zes keer zo veel als terugleveren oplevert, en daar zit dus je winst. Verplaats wat je kunt naar de zonuren, kijk of een batterij of slimmer laden de rest kan opvangen, en beoordeel of je contract die uren eigenlijk wel doorrekent: met een dagspreiding van 13,5 cent laat een vast tarief steeds meer geld op tafel liggen. Wanneer het middagdal deze week het diepst is? Onze voorspelling per dag laat het zien.

Lees ook