Dynamische stroom in 2027: goedkoper gemiddeld, extremer per uur
Normaal gesproken kijken we hier een week vooruit. Dat is al lastig zat: het weer, de wind op de Noordzee, een Franse kerncentrale die er onaangekondigd uit klapt. Maar de vraag die ik het vaakst in mijn mailbox krijg gaat veel verder dan zeven dagen. Blijft dit zo? Moet ik nu wel of geen vast contract nemen? Wordt het ooit weer normaal?
Daar heb ik geen model voor. Wat ik wel heb is elf jaar aan uurprijzen, en die vertellen iets waar ik zelf van opkeek. De gemiddelde stroomprijs daalt al jaren. Maar het verschil binnen één dag is inmiddels groter dan die gemiddelde prijs zelf. Niet tijdens de crisis van 2022, maar juist nu.
Het gemiddelde zegt steeds minder
Neem het verschil tussen het goedkoopste en het duurste uur van dezelfde dag, en deel dat door de gemiddelde prijs van die dag. In 2019 kwam daar 0,65 uit: de dagelijkse schommeling was ongeveer tweederde van de prijs. Vorig jaar was het 1,42. Het verschil tussen dag en nacht, letterlijk, is groter geworden dan waar we het gemiddeld over hebben.
Het opvallende zit hem in 2022. Dat was het jaar van de paniek, met een gemiddelde van 24 cent, en toch was de dagelijkse schommeling relatief bescheiden. Duur was toen gewoon de hele dag duur. Wat we nu hebben is iets anders: een markt die overdag bijna niets kost en 's avonds vrolijk doorstoomt.
Waarom dit niet meer weggaat
De oorzaak staat op een paar miljoen daken en in de Noordzee. Rond het middaguur wordt er zoveel zon opgewekt dat de prijs onderuit gaat, ongeacht of iemand die stroom nodig heeft. In de avond valt dat weg, precies wanneer heel Nederland thuiskomt, kookt en de auto inplugt.
Dat gat tussen middag en avond was in 2019 nog geen cent. Vorig jaar was het ruim zeven cent en dit jaar zitten we al boven de tien. Zolang we zonnepanelen blijven bijplaatsen en de avondvraag blijft groeien door elektrisch rijden en warmtepompen, wordt dat gat niet kleiner. Er komt simpelweg geen zon bij tussen zes en negen 's avonds.
Ondertussen is bijna zeven procent van alle uren inmiddels negatief geprijsd. Je krijgt dan geld toe om stroom te gebruiken. In 2019 kwam dat nul keer voor.
2027 verandert de rekensom
Op 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling. Tot nu toe kon je je teruggeleverde zonnestroom wegstrepen tegen je verbruik, waardoor het moment van terugleveren niet uitmaakte. Vanaf 2027 wel, en dat verandert de wiskunde van elk huishouden met panelen.
Het probleem is dat je teruglevert op precies het moment dat iedereen teruglevert. In een eerder artikel rekende ik uit wat dat doet met de opbrengst: een teruggeleverde kWh is een stuk minder waard dan een gemiddelde kWh, simpelweg omdat hij op het slechtste moment van de dag het net op gaat.
De conclusie die daaruit volgt is nogal ongemakkelijk voor de vaste-contract-liefhebber. Als terugleveren weinig oplevert, verschuift de winst naar zelf verbruiken op het juiste moment. En daarvoor moet je weten wat de prijs per uur doet. Bij een vast tarief weet je dat per definitie niet, want je hebt de hele dag hetzelfde tarief en dus geen enkele reden om je wasmachine te verzetten.
Komt de rust dan echt niet terug?
Er is één serieuze tegenkracht: thuisbatterijen. Die kopen goedkoop in de middag en leveren in de avond, en dat vlakt de curve af. Dat is precies hoe een markt hoort te werken.
Alleen zijn het er nog veel te weinig. Naar schatting hebben 50.000 tot 80.000 huishoudens er een, minder dan één procent. Ik zie in de cijfers van dit jaar misschien een eerste voorzichtig teken dat de diepste dalen iets minder diep worden, maar één seizoen is geen trend en het kan net zo goed het weer zijn geweest. Tegen de tijd dat batterijen het gat echt dichtdrukken, staan er ook een paar miljoen zonnepanelen extra.
En er komt nog iets aan. Sinds eind september vorig jaar rekent de Europese stroommarkt niet meer per uur af maar per kwartier. Inmiddels factureren tien Nederlandse leveranciers zo, en de rest volgt waarschijnlijk. Vier prijzen per uur in plaats van één betekent scherpere pieken en diepere dalen. Meer kansen dus, maar ook minder ruimte om er met de natte vinger naar te gissen.
Ben je met dynamisch dan ook goedkoper uit?
Dat is uiteindelijk de vraag die telt, en het antwoord is nuchterder dan je op vergelijkingssites leest. De onderzoeken spreken elkaar trouwens vrolijk tegen: het ene rekent voor dat dynamisch voor élk huishoudprofiel voordeliger uitpakt, het andere concludeert dat ruim tachtig procent juist duurder uit is. Dus heb ik het zelf maar uitgerekend.
Reken je de kale beursprijs om naar wat er echt op je rekening belandt, dus inclusief energiebelasting, btw en de opslag van je leverancier, dan kwam een dynamische kWh vorig jaar uit op ongeveer 24 cent. Een gemiddeld vast contract zit rond de 26. Dat scheelt, maar het is geen goudmijn.
Interessanter vind ik wat het je kost als je nergens op let. Ik heb de uurprijzen gewogen met een doorsnee verbruiksprofiel, inclusief die avondpiek waarop half Nederland de kookplaat aanzet. Dat maakt je gemiddelde kWh 0,4 cent duurder dan het kale gemiddelde. Meer niet. De dure avonduren worden grotendeels goedgemaakt door goedkope nachten en middaguren.
Dat is misschien wel het hardnekkigste misverstand over dynamisch: je hoeft geen spreadsheet bij te houden om er niet op te verliezen. Wie wél een beetje schuift, haalt er nog eens ongeveer een cent per kWh af, en met een laadpaal of warmtepomp loopt dat snel op.
Waar je wel rekening mee moet houden zijn de uitschieters, want die zijn echt. Vorig jaar piekte de prijs een keer op 52 cent per kWh, en dit jaar op 80 cent tijdens die beruchte avond in juni. Dat klinkt eng. Maar het ging in 2025 om precies vijf uren boven de 40 cent, op een totaal van 8760. Drie dagen van het hele jaar kostten meer dan het dubbele van het jaargemiddelde. Wie op zo'n avond even wacht met de wasmachine, merkt er weinig van.
Wat dit voor jou betekent
Kort samengevat: het gemiddelde wordt minder belangrijk en het moment wordt belangrijker. Wie vandaag zijn verbruik een beetje verschuift, zit met de vier goedkoopste uren van de dag ruim zestig procent onder het daggemiddelde. In 2019 was dat nog een schamele vierentwintig procent. Dat verschil is niet ontstaan door slimmer te worden, maar doordat de markt onder je is veranderd.
Dat betekent niet dat dynamisch voor iedereen de beste keuze is. Als je overdag werkt, geen panelen hebt, geen elektrische auto en geen zin om ergens op te letten, dan is de winst beperkt en heb je vooral de onrust. Ik heb de afweging hier uitgebreider op een rij gezet.
Maar heb je zonnepanelen, een auto aan de laadpaal of een warmtepomp, dan wordt de vraag langzaam een andere. Niet of dynamisch iets oplevert, maar hoeveel je laat liggen door het niet te doen. En met de saldering die over ruim een jaar verdwijnt, wordt die vraag alleen maar scherper.
Wil je weten wat de prijs de komende week doet, dan is de weekvoorspelling daarvoor bedoeld. Rijd je elektrisch, dan kun je het laden automatisch op de goedkoopste uren laten lopen via een dienst als Stekker, zonder dat je er zelf naar hoeft te kijken.
Sleutel je liever zelf? De prijzen van WattWanneer zijn beschikbaar via onze API en er is een integratie voor Home Assistant, zodat je je apparaten automatisch op de goedkoopste uren kunt laten draaien.